kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Carel van den Driest

Havenman van het Jaar 2005

Drs. C.J. van den Driest solliciteerde bij Van Ommeren om een mooie carrière in de rederijwereld op te bouwen, maar hij kwam terecht bij de heel wat minder prestigieuze tankopslagactiviteit van het concern. Tankopslag was wat Van Ommeren gemeen had met Pakhoed, en dat leidde in 1999 tot een fusie (Vopak), waarvoor Van den Driest bereid was zijn topfunctie op te geven. In 2002 werd hij teruggevraagd bij het kwakkelende Vopak, om het concern volledig te stroomlijnen tot tankopslagbedrijf. ”Kyoto” benoemde hem tot Havenman 2005, het jaar waarin de aandeelhouders het resultaat van zijn werk konden incasseren.

TANKOPSLAG VANAF HET EERSTE BAANTJE

Van Ommeren, dat waren de heren reders, herinnerde Carel van den Driest zich toen hij na zijn intermezzo bij ECT terugkeerde aan de Westerlaan. „Als zo iemand de lift in ging, dan moest jij eruit. En Van Ommeren wás de rederij. Pas daarna had je Matex met de tankterminals. Dus toen ik bij de Matex terechtkwam, was dat een teleurstelling.” Maar het beviel, en hij beviel ook, want zes jaar later werd hij uitgezonden om een tankterminal op te zetten in Singapore, die in 1983 in bedrijf kwam. Singapore heeft zich sindsdien ontwikkeld tot het derde petrochemische complex in de wereld, na Rotterdam/Antwerpen en Houston. Teruggekeerd uit Singapore werd Van den Driest toch nog even reder. Maar de gloriejaren van de scheepvaart onder Nederlandse vlag waren voorbij. De rubriek ’Waar zijn onze schepen’ in het personeelsblad VO-Journaal werd bijna elke maand korter. „Waar zijn onze schepen gebleven?” vroeg menigeen zich af. „De investeringen in de zeescheepvaart bedroegen in 1986 0,0 gulden,” constateerde de zeeliedenvakbond FWZ bitter. Inderdaad, alle geld ging naar de tankopslag. Maar door het aangaan van joint ventures is het concern nog tot na de eeuwwisseling actief gebleven in de scheepvaart.

Plotseling, een jaar voordat Van den Driest lid werd van de raad van bestuur, verschoof de concernstrategie richting diversificatie. Van Ommeren lijfde het handelshuis Ceteco in, wat behalve een hoop ellende niets opleverde. Het eerste wat Van den Driest deed nadat hij bestuursvoorzitter was geworden, was Ceteco weer verkopen. Zo begonnen de jaren negentig, die zouden eindigen met opnieuw fusie-ellende. Olieconcerns vonden het merkwaardig dat zij overal ter wereld twee Rotterdamse tankopslagbedrijven tegenkwamen, Van Ommeren en Pakhoed. Waarom gaan die niet samen, vroegen ook de aandeelhouders zich af. Op maandag 2 maart 1998 wapperde aan de Westerlaan de vlag van Pakhoed naast die van Van Ommeren. Een nieuw concern, Vopak genaamd, was in de maak. Maar de strategie die de bestuursvoorzitters Van den Driest en Westdijk hadden uitgestippeld liep stuk op de Europese Commissie, die verkoop van opslagcapaciteit in Rotterdam en Antwerpen eiste. Pakhoed meende het zwaarste offer te moeten brengen en haakte af. Onder zware druk van de aandeelhouders is Vopak een jaar later toch nog tot stand gekomen. Voor Van den Driest en Westdijk was er echter geen plaats meer. Van den Driest ging grote schoonmaak houden bij ECT.

Nog geen jaar na de fusie stapten twee bestuursleden (ex-Van Ommeren) op, en wankelde de positie van de bestuursvoorzitter (ex-Pakhoed). De splijtzwam was Univar (marktleider in chemische distributie), dat Pakhoed in 1996 had overgenomen. De financiering van deze acquisitie drukte nog zwaar op de balans, maar er moest wel flink in worden geïnvesteerd. De mannen van de tankopslag, die nu het wereldwijd grootste bedrijf in deze sector leidden, wilden eveneens investeren om hun toppositie te verdedigen. Het was een reëel dilemma, dat het voortbestaan van het fusieproduct bedreigde. Vopak werd gered door een Salomonsoordeel van de raad van commissarissen: Univar zou worden afgesplitst. Niet eens zo’n moeilijk besluit, want aan het omstreden kind werd maar van één kant getrokken. Vopak zou verder gaan als puur tankopslagbedrijf – alles wat daar niet direct mee te maken had moest worden afgestoten. Van den Driest kon zijn oren niet geloven toen hem gevraagd werd dit nieuwe Vopak te gaan leiden. Maar zonder rancune, en zeker van zijn zaak, keerde hij in mei 2002 terug op het oude nest. Van de verwachte fusievoordelen was nog weinig waargemaakt. „Vopak is erg met zichzelf bezig geweest. Ik wil eenheid van leiding, meer slagvaardigheid en klantgerichtheid, minder ingewikkelde procedures en minder vergaderen,” verklaarde hij. De beoogde desinvesteringen zijn inmiddels afgerond, wat de balans een stuk gezonder heeft gemaakt. Begin 2005 kwam er beweging in de beurskoers, ook in die van Univar overigens, en dat weerspiegelde zich weer in de koers van HAL Trust, die belangen van 46,6 procent bezit in beide ondernemingen. Op 29 juni 2005 meldden de media „HAL bereikt hoogste koersniveau ooit”. Met dank aan Carel van den Driest, die per 31 december kon terugtreden. In april 2006 werd hij benoemd tot lid van de raad van commissarissen van Koninklijke Vopak. ahf

Terug naar boven


geplaatst 9/1/2006, laatste actualisatie 9/1/2008

carel van den driest
GEBOREN 1947 TE DEN HAAG
1971 DOCTORAAL EXAMEN BEDRIJFSCONOMIE (GRONINGEN)
1971-1974 FINANCE TRAINEE BIJ SHELL (DEN HAAG EN BRUNEI)
1974 IN DIENST BIJ VAN OMMEREN MATEX
1980 ALGEMEEN DIRECTEUR VAN OMMEREN TANK TERMINAL SINGAPORE
1984 ALGEMEEN DIRECTEUR VAN OMMEREN ROTTERDAM B.V. (SCHEEPVAART EN AGENTUREN)
1988 LID RAAD VAN BESTUUR
1991-1999 VOORZITTER RAAD VAN BESTUUR
2000-2001 VOORZITTER DIRECTIE EUROPE COMBINED TERMINALS (ECT)
2002-2005 BESTUURSVOORZITTER KONINKLIJKE VOPAK
2002-2003 VOORZITTER DELTALINQS
2004 PUBLIC SERVICE STAR (DISTINGUISHED FRIENDS OF SINGAPORE)
CONSUL-GENERAAL VAN SINGAPORE
COMMISSARIATEN BIJ O.M. KONINKLIJKE VOPAK, ANTHONY VEDER GROUP, HES BEHEER EN BROSTRÖM AB
VICE-VOORZITTER CLUB ROTTERDAM