kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Rotterdams Dagblad van 13 januari 1998

Cees van den Boer is de zeventiende Havenman

Rotterdam Algemeen-directeur Cees van den Boer van de Koninklijke Burger Groep is uitgeroepen tot Havenman van het Jaar ’97. Deze titel wordt jaarlijks, dit keer voor de zeventiende maal, toegekend door de Rotterdamse havenpersclub Kyoto. De kersverse Havenman werkt sinds 1972 bij het cargadoorsbedrijf Burger & Zoon, sinds 1991 heeft hij de leiding over het bedrijf.

Onder leiding van Van den Boer is de Burger Groep gevormd en is het bedrijf uitgegroeid tot een conglomeraat van bedrijven dat direct en indirect met zeevracht heeft te maken. Bij de Burger Groep werken ruim tweehonderdvijftig mensen. Vorig jaar december heeft het bedrijf herdacht dat het 225 jaar geleden is opgericht door Rotterdammer Dionys Burger. Van den Boer is in Rotterdam ook nauw betrokken bij de organisatie van de beurs FreightSelect. Ook was hij jarenlang bestuurslid van Sparta.

Kyoto-voorzitter Th. Jongedijk roemde de wijze waarop onder leiding van Van den Boer het traditionele cargadoorsbedrijf is omgevormd tot een all-round transportadviseur, een makelaar in logistieke diensten.

Van den Boer (’Ik zal nu een heel jaar naast mijn schoenen lopen van trots’) schoof een belangrijk deel van de eer door naar zijn medewerkers. „Als directeur van een onderneming ben je in dezelfde positie als de dirigent van een orkest,” sprak hij. „Je moet je vak of je partituur goed beheersen, je moet er je eigen ideeën en initiatieven aan geven. Je moet fit zijn en je moet, bedrijf of orkest, alles geven wat er in je zit. Dan ben je verder als dirigent afhankelijk van je fluitisten en violisten en als directeur van je boekhouders en waterklerken.”

Van den Boer vertelde ’best moeite’ te hebben met het feit dat de ouderwetse cargadoor, ondanks alle moderniseringen, niet meer past in het tijdsbeeld van containerschepen met een capaciteit van meer dan achtduizend TEU, bij allianties die jaarlijks meer dan een miljoen containers vervoeren en bij scheepvaartbedrijven die worden gedreven door het idee dat alleen de grootsten zullen overleven. „De gedachte komt meer en meer bij me op dat die macro-aanpak misschien onvoldoende is onderzocht en dat het daarmee ook wel eens fout kan gaan,” zei Van den Boer.

De nieuwe Havenman wees in dat verband naar de ontwikkelingen in het Verre Oosten, dat dankzij de lage lonen een fabrieksterrein voor de hele wereld is geworden. Van den Boer: „Het leek alsof er een nieuwe wereldorde was die bepaalde dat je in de scheepvaart niet meetelde als je niet in Korea, Japan of Taiwan was gevestigd. Scheepswerven in Europa sloten bij tientallen, bekende Europese reders legden het loodje. En nu stort de zaak plotseling in elkaar. Eerst heeft ongebreidelde en soms oneerlijke concurrentie de Westerse industrie een geduchte knauw toegebracht, nu moeten we de rommel nog opruimen doormiddel van gigantische leningen, onder meer aan Korea, een land dat niet eens volledige concurrentievrijheid kent.”

Dichter bij huis voorspeelde Van den Boer dat logge en bureaucratische instanties, die onvermijdelijk het gevolg zijn van de explosieve groei van de grote rederijen, geen ideale partners zullen zijn voor verladers. „Die verlader verwacht meer dan een port-to-port- of house-to-house-product,” meende Van den Boer. „De verlader wil een compleet logistiek product en is daarvoor bereid een redelijke prijs te betalen."

"Om een rol als onafhankelijke logistieke dienstverlener te spelen,” vervolgde Van den Boer, „moeten we als bedrijf anders gaan denken. Ook moeten we een nieuw soort expertise in huis halen. We moeten de markt met andere ogen gaan zien. Ons product is veelomvattend, met raakvlakken naar elk aspect van de logistieke ketting, veel meer op Europa dan op Nederland afgestemd.”

Met vriendelijke toestemming van Rotterdams Dagblad

Terug naar boven