kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Peter Goedvolk

Havenman van het Jaar 2006

P.J. Goedvolk heeft wat met Kyoto. Hij is dus een uitzondering, want ondernemers juichen zelden over het milieuprotocol van Kyoto. Goedvolk echter zag kansen. De Havenpersclub ”Kyoto” benoemde hem tot Havenman 2006 voor onder meer zijn pionierswerk op het gebied van bio-brandstoffen. Daarvóór had hij zijn bedrijf Argos Oil al uitgebouwd tot een middelgrote leverancier van bunkerolie voor de scheepvaart. Als bunkerhaven is Rotterdam nummer twee na Singapore. Wanneer Rotterdam niet ook zou uitgroeien tot een belangrijke bio- energiehaven, dan heeft dat zeker niet gelegen aan deze ’energieke’ Havenman.

EEN ’ENERGIEKE’ HAVENMAN

Als werknemer van oliemaatschappij Total leerde Peter Goedvolk het vak kennen. Olie verkopen voor eigen rekening trok hem echter meer dan een carrière opbouwen bij het Franse concern. Zijn eerste schreden als zelfstandig ondernemer zette hij in 1984 met de overname van een olieboer in de Hoeksche Waard, die voornamelijk de agrariërs aldaar als klanten had. Maar denk je aan olie, dan denk je aan Rotterdam, waar ruwe olie en aardolieproducten in- en uitgaan in een niet te bevatten omvang. „De grootste haven van de wereld lag aan mijn voeten,” verwoordde hij het later. Zijn bedrijf is gegroeid door, ook weer, overnames van andere leveranciers van aardolieproducten. In 1995 kwam hij terecht in Vlaardingen, waar een oliehandelaar zat die zijn zaak wel wilde overdoen, met de handelsnaam Argos erbij. „Een lekker in het gehoor liggende naam, ook internationaal,” vond Goedvolk. Zo werd Argos Oil geboren, dat zich later met haar hoofdkantoor zou vestigen in Hoogvliet, in het hart van die wereldhaven die Goedvolk wilde veroveren.

Bunkerolie voor de zee- en binnenvaart is een belangrijke activiteit geworden van Argos Oil. Het bedrijf is flink meegegroeid met de enorme expansie van Rotterdam als bunkerhaven. Nog steeds is Singapore de grootste, maar met een concurrerend prijsverschil van rond de 20 procent zou Rotterdam de achterstand kunnen inlopen. De containerbranche speelt in op het prijsverschil door nieuwe schepen uit te rusten met een buitengewoon grote bunkercapaciteit. Ze kunnen ’op één tank’ heen en terug van Rotterdam naar het Verre Oosten – en dat bij een verbruik van 250 ton per dag. In 2006 nam de scheepvaart rond de 13 miljoen ton bunkerolie in. Argos Oil is als leverancier ’al een redelijk grote speler’ in dit geheel, vindt Goedvolk. Als ’natte stuwadoor’ investeerde hij in op- en overslagvoorzieningen aan de Tweede Petroleumhaven, Argos Terminals. Hier kunnen vanaf 2007 na de ingebruikname van het tweede gedeelte twee zee- en acht binnenvaartschepen tegelijkertijd worden behandeld.

Sterk gegroeid is Argos Oil ook in de sector autobrandstoffen. Er zijn nu bijna tachtig tankstations, deels in eigendom, die Argos-producten verkopen. Daaronder natuurlijk Argos e-fuel, zoals de benzine met bijmenging van 5 procent bio-ethanol wordt genoemd. Bovendien is Argos Oil in 2006 als eerste gestart met de verkoop van E-85 in Rotterdam, een brandstof bestaande uit 85 procent ethanol en 15 procent standaard Euro 95. Argos loopt hiermee voorop, sneller dan de andere oliemaatschappijen, en zeker sneller dan de overheid. Nederland moet, als uitvloeisel van het Kyoto-verdrag, het gebruik van bio-brandstoffen stimuleren. Maar Goedvolk vindt het overheidsbeleid niet ambitieus genoeg, en te vaag om grote investeringen in raffinagecapaciteit te kunnen verantwoorden. Niettemin kwam in het najaar van 2006 de mededeling dat Goedvolk, samen met een internationale partner, toch maar zijn eigen raffinaderij voor biodiesel gaat bouwen. Dat gebeurt op het terrein in Pernis dat Argos enkele jaren geleden kocht van Nerefco. Zeker is dat Argos in een groeimarkt is gestapt. Bij het Havenbedrijf lagen eind 2006 veertien aanvragen voor vestiging van biodieselfabrieken, en vier voor bio-ethanolfabrieken. Het belang hiervan voor Rotterdam als energiehaven is de aanvoer van de grondstoffen, en mogelijk de export van raffinageproducten. Rotterdam kan zich, durft men bij het Havenbedrijf al te voorspellen, ontwikkelen tot mondiale draaischijf voor biobrandstoffen. ahf

Terug naar boven


geplaatst 8/1/2007

peter goedvolk