kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Rotterdams Dagblad van 14 januari 1997

Wout Boer is ’Havenman-1996’

Directeur Wout Boer van Uniport Multipurpose Terminals is ’Havenman van het Jaar’ geworden. De leden van de Havenpersclub Kyoto kozen hem omdat hij met zijn medewerkers de overslag van containers op Pier 7 aan de Waalhaven in 1996 flink heeft kunnen uitbreiden. De Rotterdamse havenjournalisten vinden dit een prestatie van groot formaat.

Kyoto-voorzitter Wim de Regt reikte Boer de onderscheiding – een bronzen penning – gisteravond uit tijdens een bijeenkomst in het Hulstkamp-gebouw aan de Maaskade. Daar waren bijna alle vijftien vorige ’Havenmannen’ bij aanwezig. Ook havenwethouder mr. H.J.A. van den Muysenberg was er. Kyoto reikt de onderscheiding sinds 1981 uit aan degene die naar het oordeel van de leden in het betreffende jaar een opvallende en positieve bijdrage aan de haven heeft geleverd.

Ongeveer een jaar geleden verhuisde Uniport van de te klein geworden Kortevaart-pier aan de Merwehaven naar de vrijgekomen locatie van Unitcentre aan Pier 7. Er werden daar vorig jaar zo’n 90.000 containers behandeld. Dat was (onder meer door het aantrekken van nieuwe ladingpakketten) ongeveer de helft meer dan wat het bedrijf in 1995 deed. Uniport wil naar zo’n 250.000 containers toe in de eerste jaren van de volgende eeuw.

De Regt wees erop dat de nieuwe terminal van groot belang is voor de gehele haven. „Het is een goede ontwikkeling, niet in het minst voor de klanten van onze haven, dat niet één groot containeroverslagbedrijf een soort monopoliepositie inneemt, maar dat daarnaast ook middelgrote stuwadoors een substantieel deel van de containerstroom behandelen,” zei hij.

Wout Boer begon zijn havencarriére als jongste bediende in de jaren ’50. In 1959 trad hij bij Kühne & Nagel in dienst, het moederbedrijf van Uniport. Vanaf het midden van de jaren ’60 is hij binnen dit concern onder meer betrokken geweest bij de opbouw van de stuwadoorsactiviteiten. Uniport begon met stukgoedoverslag aan de Bunschotenweg en deed dit vanaf 1971 aan de Lloydkade. In ’85 ging men aan de Merwehaven containers overslaan. Omdat de ruimte daar de laatste jaren veel te klein was geworden, verhuisde Uniport naar Pier 7. Daar heeft het bedrijf goede groeimogelijkheden.

Kyoto-voorzitter De Regt noemde Wout Boer de motor achter de ontwikkeling van het stuwadoorsbedrijf: „Voor wat hij in de afgelopen ruim dertig jaar heeft gepresteerd verdient hij ons aller respect en waardering.”

Voordeel
Boer merkte in zijn toespraak op dat Uniport de afgelopen 25 jaar enkele malen voordeel heeft gehad van grote fusies in de haven, waardoor er terreinen vrij kwamen. „Dat wij een rol zouden spelen bij deze fusies is zeker niet altijd voorzien. Ik geloof dat men anders wellicht hierover nog eens extra zou hebben nagedacht,” zei hij. Doordat Unitcentre in 1995 in ECT werd opgenomen kwam de volledig ingerichte containerterminal op Pier 7 beschikbaar: een terrein dat zes keer zo groot is als de Kortevaart-pier. Boer: „Wij hebben de ruimte en kunnen voorlopig verder groeien. Wij hebben er ook alle vertrouwen in dat we zullen slagen. Er is nog steeds groei in de containeroverslag in Rotterdam.”

Hij zei verder dat Uniport op basis van wederzijds vertrouwen een prima relatie met het Gemeentelijk Havenbedrijf heeft opgebouwd: „Met Pier 7 hebben we beide een goede zaak gedaan.” Hij raadde het Gemeentelijk Havenbedrijf overigens af aandeelhouder te worden in ECT, zoals wel eens wordt gesuggereerd. „Dit kan en zal geen goede ontwikkeling zijn,” vindt Boer. „Ik voorzie grote problemen en veel onbegrip bij andere Rotterdamse overslagbedrijven.”

Hij merkte ook nog op dat de Tweede Maasvlakte dringend nodig is voor de verdere groei van de haven. Rotterdam behandelt op dit moment drie maal zo veel lading als Antwerpen, maar doet dit op een veel kleinere terreinoppervlakte.

Er moet volgens hem absoluut meer ruimte voor de haven beschikbaar komen. Boer: „In dit licht bezien begrijp ik het geleuter niet goed over de berichten van het Centraal Planbureau dat de uitbreiding sterk beperkt zou moeten blijven.”

Met vriendelijke toestemming van Rotterdams Dagblad

Terug naar boven