kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Mainport News | Februari 2004

Jos Benders, Havenman van het Jaar 2003:

Kyoto? Dat gaat toch over milieueisen?

Door Rob Mackor

„In de chemie hebben we gewoonlijk een andere associatie als het om Kyoto gaat.” Zo begon Jos Benders, directeur Europa van het Amerikaanse chemieconcern Lyondell zijn dankwoord toen hij benoemd werd tot Havenman van het Jaar 2003 door de Rotterdamse persclub, die nu eenmaal onder die naam door het leven gaat.

Die opmerking lijkt karakteristiek voor de bescheiden Limburger. Benders is namelijk in de eerste plaats manager van een chemieconcern en wordt in die hoedanigheid veelvuldig geconfronteerd met de eisen van het Kyoto-verdrag. Dat er ook een club havenjournalisten met die naam bestaat, was nieuw voor hem. Wat ook bleek uit zijn overtuiging dat hij tot Havenman voor 2004 was benoemd. Het Havenmanschap wordt echter verleend op grond van de prestaties over het afgelopen jaar.

Benders is de eerste vertegenwoordiger van de chemische industrie in de haven en het deed hem deugd dat hij tot Havenman is benoemd. Hij onderschrijft de opvatting van velen dat die sector er in beleidsmatig en publicitair opzicht vaak maar bekaaid afkomt, afgezet tegen de aandacht voor het geweld in de containeroverslag en andere delen van de overslagsector. Hij weet dat zijn bedrijf buiten de sector geen grote bekendheid geniet. „Wie is Lyondell dan wel”, vroeg hij zich af voor het gezelschap van notabelen, vroegere havenmannen, bestuurders en havenjourno’s, om er natuurlijk ook het antwoord bij te leveren. „We hebben weliswaar geen tankstations, maar bezitten toch voor zo’n veertig miljard dollar aan activa en ook onze jaaromzet bedraagt zo’n 40 miljard. We groeien jaarlijks zo’n vier tot vijf procent.”

Grote jongens
Lyondell behoort in Rotterdam tot de grote jongens, vooral als het op investeren aankomt en dat is precies de reden dat Benders tot Havenman van het jaar is benoemd. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren ongeveer een miljard dollar ge´nvesteerd in een grote fabriek voor propyleenoxide op de Maasvlakte. Volgens velen was die fabriek en zonder Benders’ vasthoudendheid nooit gekomen, al zal de Limburger zelf de laatste zijn om dat van de daken te roepen. Maar het feit dat het plan na een overname eerst de koelkast in ging maar later alsnog is uitgevoerd, geeft op zijn minst voeding aan het idee dat Benders daarin een leidende rol heeft gespeeld. Want waar ’de plant’ op de Maasvlakte van eigenaar verwisselde (Arco werd in 1998 verkocht aan Lyondell), bleef Benders gewoon op zijn post en wist hij de nieuwe eigenaren ervan te overtuigen dat de bouw van een nieuwe fabriek voor de grondstof van zachte plastics op de Maasvlakte een zinnige investering was.

Te duur
Waarschuwende woorden waren er uiteraard ook en Benders spaarde zijn gehoor in een overigens gedegen verhandeling bepaald niet: „De kosten van energie en arbeid zijn te hoog, de overheid heeft geen visie op industrie, de bureaucratie jaagt de bedrijven op kosten en van Brussel moeten we het ook al niet hebben”, zo luidt, kort samengevat, zijn analyse van de zwakke punten. Maar, gelukkig, had hij ook een rijtje sterke punten. Te beginnen, hoe kon het ook anders, met de ijzersterke ligging van Rotterdam, maar ook de infrastructuur, het diepe water, de samenwerking van bedrijven (co-siting) en de kwaliteit van het personeel vormen evenzovele troeven, sprak hij tot slot troostende woorden.

Afdruk met vriendelijke toestemming van Mainport News

Terug naar boven