kyoto calling
Havenpersclub ”Kyoto” Rotterdam

Rotterdams Dagblad van donderdag 10 juli 2003

Alles is groot aan nieuwe kunststoffabriek

Door Gert Onnink

Rotterdam – Het heeft in de verte wel iets weg van een rij enorme blaasinstrumenten, waarop een orkest zo kan gaan spelen. De nieuwe chemische fabriek van Lyondell is met de verzameling torens, silo’s en opslagtanks een opvallende verschijning op de Maasvlakte, het westelijke puntje van de Rotterdamse haven op bijna vijftig kilometer van het centrum van de stad.

„Alles is groot aan deze fabriek,” vertelt K. de Jong van Lyondell over de installatie die in oktober officieel in bedrijf wordt genomen. De vestiging geldt als ’s werelds grootste grondstoffenfabriek voor kunstschuim en plastics. Lyondell, een chemieconcern met hoofdkantoor in het Amerikaanse Houston, gaat er samen met Bayer uit Duitsland propyleenoxide en styreen produceren. Dat zijn grondstoffen voor kunstschuim, waarmee onder meer sportartikelen, auto-dashboards, meubels, cosmetica en elektronica worden gemaakt. De fabriek is als PO-11 gedoopt, omdat het de elfde Lyondell-vestiging is die propyleenoxide (PO) maakt.

Het terrein op de Maasvlakte is zestig hectare groot, gaat De Jong verder, de hoogste affakkelinstallatie meet 165 meter. „Van alle grond die moest worden verplaatst, kan een voetbalstadion worden gevuld. De leidingen zijn zo breed dat een mens er in kan staan.” De ’gids’ van deze middag lepelt nog meer cijfers op: de grootste tank heeft een opslagcapaciteit van vijftienduizend ton. „Daar haal je acht zwembaden water uit.”

Lyondell verwacht hier jaarlijks 285.000 ton propyleenoxide te produceren. Voor het zwaardere, maar winstgevender ’bijproduct’ styreen komt de teller per jaar uit op 640.000 ton. In de fabriek, waar vanaf volgende maand wordt proefgedraaid, komen 110 mensen te werken.

De chemiereus kan bij de aan- en afvoer van goederen kiezen uit het water, weg, pijpleiding en sinds gisteren ook het spoor. Volgens De Jong zal het laad- en losstation jaarlijks zevenduizend vrachtwagens moeten verwerken. De steiger aan de waterkant is goed voor honderd zeeschepen en driehonderd kleinere vaartuigen. Over het spoor, dat de fabriek verbindt met het begin van de Havenspoorlijn in de buurt van de Delta-containerterminal, zullen per jaar 2.500 wagons rijden.

Bedenkingen
Gisteren vierde Lyondell een feestje vanwege de opening van dat nieuwe spoor, dat anderhalve kilometer lang is. Spoorvervoerder Railion houdt vijftien ketelwagons per dag beschikbaar voor het transport van de chemieproducten. De voertuigen rijden vanaf de Maasvlakte over de Havenspoorlijn naar het rangeerterrein Kijfhoek in Zwijndrecht, waar ze gaan meedoen in de Europese lijndiensten van Railion.

Lyondell-topman J. Benders gaf gisteren aan dat zijn bedrijf ondanks bedenkingen toch aan de treinverbinding is begonnen. „Op het gebied van risico-reductie is het spoor favoriet, maar vergeleken met de weg scoort het slecht. Door hindernissen van politieke aard duurt een treinrit lang. En op het gebied van de kosten is er weinig competitie. Dat betekent hoge lasten en weinig service.” Toch ziet Benders de komst van de Betuwelijn, waarvan de Havenspoorlijn het ’voorland’ is, als een pure noodzaak. „Het spoor is veilig.”

Directeur W. Scholten van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam sprak gisteren van een ’successtory’. „Ongelooflijk dat dit in anderhalf jaar tijd is neergezet. Er wordt vaak gezegd: Rotterdam is containers, dat is niet juist. Rotterdam is zestig procent petrochemie. Hier mogen we trots op zijn.”

Volgens De Jong van Lyondell is de fabriek beslist veilig. „En als er brand uitbreekt en we hebben schuim nodig om te blussen, dan is dat geen enkel punt. We hebben hier meer schuim dan de brandweer van Rotterdam kan meebrengen...”

Met vriendelijke toestemming van Rotterdams Dagblad

Terug naar boven